47 Gierzwaluw
Gierzwaluw |
Apus apus |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Omschrijving
Gierzwaluwen broeden in Nederland meestal in holen in gebouwen in steden. Door de veranderende manier van bouwen zijn er in moderne gebouwen steeds minder gaten en openingen waar de gierzwaluw een nest kan bouwen. Er worden tegenwoordig soms speciale stenen of dakpannen gebruikt die de gierzwaluw een mogelijkheid bieden om ook in moderne gebouwen te gaan broeden. De wetenschappelijke naam van de gierzwaluw is Apus apus, wat 'zonder poten' betekent. De poten van de gierzwaluw zijn inderdaad vrij klein en niet bijzonder krachtig, maar toch kan de vogel deze prima gebruiken om bijvoorbeeld verticaal een nest in te kruipen. De gierzwaluw blijft het grootste deel van zijn leven in de lucht en komt zelfs niet aan de grond om te rusten. Het voedsel bestaat uit insecten die al vliegend gevangen worden, drinken doet de vogel voornamelijk door met geopende snavel vlak over een wateroppervlak te scheren. Bij slecht weer kunnen gierzwaluwen wegtrekken naar gebieden waar meer insecten te vinden zijn. Eventuele jongen kunnen hierbij in de steek gelaten worden en deze zijn dan ook in staat om enkele dagen zonder voedsel te overleven. Vanwege de afhankelijkheid van insecten is de gierzwaluw een trekvogel die alleen in de zomer in Nederland is om te broeden. De eerste vogels komen het land pas binnen rond eind april, en begin augustus zijn de meeste al weer verdwenen richting Afrika, waar ten zuiden van de evenaar overwinterd wordt. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||


